Corona | Praktische vragen bij bijzondere situaties NOW-regeling

Bijgewerkt: apr 10



Hieronder is een aantal praktische vragen en voorbeelden voor je samengevat, die gelden bij bijzondere situaties van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Denk bijvoorbeeld aan structurele wijzigingen in omzet of onderneming. Hoe moet de omzetdaling worden berekend bij een gebroken boekjaar? Volgens de NOW moet de omzet van 3 aaneengesloten maanden (gelegen tussen 1 maart en 31 juli 2020) worden vergeleken met een kwart van de omzet van 2019. Daarbij is uitgegaan van een boekjaar van 1 januari tot en met 31 december 2019. Wat nu als de onderneming een gebroken boekjaar heeft? In de regeling wordt geen rekening gehouden met een onderneming met een gebroken boekjaar. Hoe deze omzetdaling in dat geval moet worden berekend, is niet vastgelegd of toegelicht. Onze interpretatie is dat uit de beide gebroken boekjaren die betrekking hebben op het kalenderjaar 2019 de omzet over het kalenderjaar 2019 wordt genomen. Dat is natuurlijk een heel ‘gedoe’, maar gaat pas spelen bij de vaststelling van de definitieve subsidie. Eind 2020 moet daarvoor de aanvraag door de werkgever worden ingediend. Wij gaan ervan uit dat er tegen die tijd door de regering alsnog een praktische regeling is bedacht die ook dit punt ondervangt. Ten behoeve van de aanvraag nu mag de werkgever zelf de omzetdaling schatten.

Hoe moet de omzetdaling worden berekend als de onderneming op 1 januari 2019 nog niet bestond? In de NOW wordt een uitzondering gemaakt voor ondernemingen die later dan 1 januari 2019 zijn gestart. Voor die ondernemingen geldt dat de omzet vanaf de start van de onderneming tot en met februari 2020 wordt genomen en die wordt berekend naar een periode van 3 maanden. Voorbeeld: als de onderneming op 1 augustus 2019 is gestart en van 1 augustus 2019 tot en met 29 februari 2020 € 140.000 is omgezet, dan geldt als de te berekenen omzet (€ 140.000/7) x 3 = € 60.000. Het bedrag van € 60.000 moet vervolgens worden vergeleken met de omzet in de meetperiode van 2020. Hoe wordt de omzetdaling berekend bij recent gewijzigde concernverhoudingen? Uit de NOW volgt dat als peildatum voor de berekening van de omzetdaling van een concern 1 maart 2020 geldt. Dat betekent dat de omzet van het gehele concern – zoals deze bestond op 1 maart 2020 – wordt vergeleken met een kwart van de omzet van dat concern uit 2019 (ook al was de samenstelling van het concern in 2019 anders). Voorbeeld: als je op 1 februari 2020 een onderneming als dochtermaatschappij hebt overgenomen, geldt op 1 maart 2020 dat die onderneming onderdeel uitmaakt van het concern. Om de omzetdaling te bepalen, wordt de omzet van 2020 van het concern zoals dat op 1 maart 2020 bestond vergeleken met een kwart van de omzet van 2019 van je oorspronkelijke concern plus een kwart van de omzet van 2019 van de door jou overgenomen onderneming. De regeling voorziet in strikte zin hiermee ook in de situatie waarin ná 1 maart 2020 een wijziging in je concern heeft plaatsgevonden, maar dat leidt tot de nodige praktische moeilijkheden. Zo geldt dat een na 1 maart 2020 verkochte vennootschap voor het verkrijgen van de subsidie mede afhankelijk is van de omzetdaling bij het oorspronkelijk concern waartoe die vennootschap behoorde. Tellen buitenlandse vennootschappen mee voor de berekening van de omzetdaling? Buitenlandse vennootschappen en rechtspersonen tellen alleen mee voor de berekening van de omzetdaling als zij werkgever zijn van in Nederland sociaal verzekerde werknemers. Wat als mijn bedrijf is gegroeid en daardoor ten opzichte van 2019 geen omzetdaling heeft, maar de verwachte groei niet doorzet? Het kabinet heeft gekozen voor het bepalen van de omzetdaling ten opzichte van 2019. Als je onderneming in 2020 groeit en dus ten opzichte van 2019 geen omzetdaling van meer dan 20% kan aantonen, kan je geen beroep doen op de NOW. Verwacht wordt dat ondernemingen deze (beperkte) terugval zelf kunnen opvangen, zonder een beroep te doen op de overheid. Hoe zit het met onderhanden werk? Volgens de NOW geldt ook onderhanden werk mee voor de bepaling van de omzet (zowel voor 2019 als voor de berekening van de omzet in de periode uit 2020); anders zou er te gemakkelijk kunnen worden ‘geschoven’. Wat als de omzetdaling niet direct is te zien? Het is belangrijk dat de ondernemer bij de aanvraag een goede inschatting maakt voor de meetperiode van de omzetdaling (dus 1 maart t/m 31 mei 2020, 1 april t/m 30 juni 2020 of 1 mei t/m 31 juli 2020). Als de omzetdaling pas op langere termijn wordt verwacht, kan het dus verstandig zijn om de periode 1 mei t/m 31 juli 2020 te kiezen als meetperiode. De aanvraag NOW kan tot en met 31 mei 2020 worden gedaan. Je kan er dus ook voor kiezen het verloop van de omzet nog even af te wachten en pas op een later moment de aanvraag te doen. De aanvraag kan ook op een later moment (maar niet ná 31 mei 2020) nog worden gedaan voor de periode 1 maart t/m 31 mei 2020. Het aanvraagmoment heeft wel direct effect op het moment dat het voorschot door het UWV wordt betaald. Dat gebeurt immers binnen 4 weken na de aanvraag. Voor nu vallen omzetdalingen in de periode ná 31 juli niet onder de NOW. Het kabinet heeft echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om de NOW te verlengen met 3 maanden. Bij verlenging zal dus ook een latere omzetdaling door de overheid worden gecompenseerd.


Bron: La Gro Geelkerken advocaten

Confianza is aan gesloten bij :

SRA-gecertificeerd-Keurmerk-250px.png
  • LinkedIn - White Circle
  • Twitter - White Circle

© 2018 by Confianza BV