top of page

Fiscale gevolgen terugbetaling niet-aftrekbare lijfrentepremie

Betaalde je meer lijfrentepremies dan je in aftrek kan brengen in de aangifte inkomstenbelasting? Dan kan je het niet aftrekbare deel terugvragen bij de financiële instelling waar je de lijfrente afsloot. Houd wel rekening met de fiscale gevolgen hiervan.


Lijfrentepremies

Lijfrentepremies zijn onder strikte voorwaarden aftrekbaar. Daarbij gelden per jaar ook maximale bedragen die je in aftrek kan brengen. Deze maximale bedragen zijn afhankelijk van de hoogte van je pensioentekort, uitgedrukt in de jaarruimte en de reserveringsruimte.

 

De jaarruimte is het pensioentekort dat je in het voorgaande jaar had. De jaarruimte 2024 is dus afhankelijk van je pensioentekort in 2023.

 

Als je in een jaar niet alle jaarruimte gebruikt, wordt dit niet-gebruikte deel gedurende tien jaar bewaard. Deze niet-benutte jaarruimtes vormen samen je reserveringsruimte.

 

Tip: je kan in een jaar maximaal lijfrentepremies in aftrek brengen ter grootte van de jaarruimte en reserveringsruimte. De Belastingdienst heeft voor het berekenen van de jaarruimte en de reserveringsruimte een hulpmiddel op de website staan.


Niet-aftrekbare lijfrentepremies terugvragen

Betaalde je meer lijfrentepremies dan je in aftrek kan brengen? Dan kan je de financiële instelling verzoeken om het niet-aftrekbare deel terug te betalen. Volgens de wettelijke regels zou terugbetalen van een deel van de premie betekenen dat je over de gehele lijfrente belasting in box 1 moet betalen plus 20% revisierente. In een besluit is echter goedgekeurd dat terugbetaling van het niet-aftrekbare deel zonder die afrekening kan plaatsvinden.

 

Let op! Voor deze goedkeuring gelden voorwaarden. Zo moet onder meer ook het behaalde rendement op de terugbetaalde premie terugbetaald worden. Ook moet een verklaring ‘geruisloze terugstorting’ worden overlegd.


Opgeven in box 3

Een andere voorwaarde voor de onbelaste terugbetaling is dat je het teruggestorte bedrag alsnog opneemt in box 3; niet alleen in het jaar van terugbetaling, maar ook in de voorgaande jaren.

 

Voorbeeld | Je hebt in maart 2021 een lijfrente afgesloten en betaalt in 2021 € 10.000 premie hiervoor. Bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting kom je erachter dat maar € 6.000 aftrekbaar is. In 2024 vraag je de financiële instelling waar je de lijfrente afsloot daarom om teruggave van € 4.000. De financiële instelling betaalt dit bedrag medio 2025 aan je uit. Daarbij betaalt de financiële instelling ook het op de terugbetaalde premies behaalde rendement uit.

 

Het voorgaande betekent dat je in de aangifte inkomstenbelasting 2022, 2023, 2024 en 2025 het terugbetaalde bedrag plus het daarop behaalde rendement op moet nemen in box 3.


In categorie overige bezittingen

De Belastingdienst is van mening dat je dit bedrag moet opgeven in de categorie overige bezittingen. Je mag dit dus volgens de Belastingdienst niet opgeven in de categorie banktegoeden. Dat is ongunstig, omdat voor de categorie banktegoeden een veel lager forfaitair rendement geldt dan voor de categorie overige bezittingen. Zo bedraagt voor het jaar 2023 het forfait voor banktegoeden 0,92% en voor overige bezittingen 6,17%.

Comentarios


bottom of page