Vrijstelling Vpb voor stichting en vereniging, zo werkt het
- Admin
- 4 mei 2023
- 2 minuten om te lezen

Ook verenigingen en stichtingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor het gedeelte waarmee ze een onderneming drijven. Als de winst niet al te hoog is, geldt wel een vrijstelling. Hoe maak je hiervan gebruik?
Vrijstelling bij relatief geringe winst
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting als de winst niet meer dan € 15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan € 15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, opgeteld met de winsten van de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan € 75.000.
Let op! Ook als een vereniging of stichting nog geen vijf jaar bestaat, blijft de winstgrens van € 75.000 van toepassing. Bij een winst in startjaar 1 van € 30.000 en jaar 2 van € 35.000 en jaar 3 van € 5.000 is de vrijstelling gewoon van toepassing omdat het totaal niet hoger is dan € 75.000.
Automatische toepassing
Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als aangifte is gedaan, volgt een nihilaanslag.
Liever geen vrijstelling?
Soms is het voor een vereniging of stichting voordeliger om niet onder de vrijstelling te vallen, bijvoorbeeld om een verlies te kunnen verrekenen of om een eindafrekening (nadat er eerst wel belastingplicht was) te voorkomen. Men kan er dan voor kiezen om niet te worden vrijgesteld.
Let op! De keuze om niet onder de vrijstelling te vallen geldt voor een periode van vijf jaar. Let erop dat dit niet automatisch gaat en op tijd moet gebeuren. Beoordeel daarom ieder jaar of het verstandig is om de vrijstelling toe te passen. Je moet voor het niet toepassen van de vrijstelling namelijk een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet vóórdat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.
Expliciete uitspraak Belastingdienst
De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij het punt ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.




Uitstekend en helder artikel over de vpb-vrijstelling voor stichtingen en verenigingen. Het is een onderwerp waar veel non-profitorganisaties mee worstelen. Wat ik hieraan wil toevoegen, is een diepere duik in de grijze gebieden en de minder bekende aspecten van de vennootschapsbelasting voor deze entiteiten. Een interessant detail dat vaak over het hoofd wordt gezien, is de invloed van de 'maatschappelijke functie' van een stichting, iets wat je ook terugziet in de details van een goed ontworpen product, zoals bijvoorbeeld deze zwarte zeepbakjes.
De subjectieve vrijstelling: een nadere analyse
De subjectieve vrijstelling is de meest voorkomende, maar ook de meest complexe. De Belastingdienst kijkt naar het 'algemeen nut'. Maar wat betekent dit concreet? De rechtspraak toont aan dat de interpretatie hiervan…